Het laatste
slippertje van Opa
Een ware gebeurtenis uit verleden van Zuidlaren.
Je maakt wel eens iets mee
, wat op het moment dat het gebeurt erg vervelend kan zijn , maar waar je
in het latere leven
smakelijk om kunt lachen.
Wat er na 1945 aan auto`s
aanwezig was in Zuidlaren ,was nou niet bepaald kwaliteit.
Ook niet bij Jacob de Boer
( Joppie de Boer) , die een garage bedrijf had, dat was naast het Veerhuis bij
de vaart.
de Boer zijn auto`s reden
als ze niet stuk waren , rammelend en kreunend over de weg.
Terwijl om het geheel bij
elkaar te houden er niet zuinig met ijzerdraad was omgesprongen.
Het gebeurde regelmatig
dat er bij een begrafenis of trouwerij onderweg nog even gesleuteld moest
worden en dat
er een spatbord in
de kofferbak verdween.
Ook ging hij regelmatig
met Abel Dikkers ( de plaatselijke leverancier van lijkkisten) mee als er een
kist vervoerd moest worden.
De kist kwam dan in een
aanhangwagentje.
Zo moesten ze eens een
oude overleden man vervoeren , naar een plaats op de Veluwe.
`s Avonds vertrokken ze
met hun beiden en onder een gezellig gesprek en zonder pech , schoten ze goed
op.
Ergens in een bosrijke
omgeving ( het was inmiddels al donker) zei Jacob tegen Abel; "het is net
of die oude auto van mij steeds
beter begint te
lopen".
"Dat is mij ook al
opgevallen" zei Abel , maar keek meteen even door de achterruit.
Met een kreet van; Ho man
Stop , we zijn de aanhanger kwijt , maakte Jacob een noodstop.
Na het uitstappen , keken ze verbijsterd naar de plek waar de aanhanger had
moeten zijn , maar waar nu niets meer te zien was.
De auto werd gekeerd en
langzaam rijdend gingen ze de weg terug , die ze gekomen waren.
Abel zat zwaar in de
problemen , het zou toch onmogelijk zijn dat als ze hem niet terugvonden ,
tegen de familie te moeten zeggen:
WE HEBBEN OPA ONDERWEG VERLOREN.
Ze hadden geluk , na een
zoektocht vonden ze hem in volle rust terug ergens tussen de bomen.
Na wat gepruts en een paar
slagen met een sleutel en wat ijzerdraad kregen ze alles weer aan de
gang.
De zucht van verlichting
die Abel toen heeft geslaakt , moet haast in Zuidlaren te horen zin geweest!!!
De Schaapherder
van Zuidlaren.

Een bekende
schaapherder in zuidlaren was Jan Wilkens , hij kwam in 1896 naar het dorp.
Jan Wilkens
, in de volksmond Jan Scheper genoemd , was een arm en gebrekkige man.
Hij was slecht
ter been en liep met twee stokken.
Een bekend
verhaal is de vrijerij die Jan had met Hinderkien uit Annen.
Liefde maakt
niet alleen blind , maar ook vindingrijk.
De afstand naar
Annen was lopend voor Jan te groot en hij vond de oplossing door een soort
slee te timmeren
en de
schepershond er voor te spannen.
Deze tochtjes
van de scheper bleven natuurlijk niet onopgemerkt en een paar Zuidlaarders
maakten hierover een
lied , helaas
heb ik dit lied nog niet kunnen achterhalen.
Wel wist men te
vertellen dat wanneer Jan in een goede bui was , hij zelf ook begon te zingen.
Toen het op
trouwen aankwam stapte de scheper naar de burgemeester die dat maar even moest
doen vond hij.
Maar dat ging
niet zomaar , de burgemeester had bezwaren.
Want ook
Hinderkien was gebrekkig en hij moet hebben gezien dat dat van het karige loon
dat de scheper in Zuidlaren verdiende,
geen huishouding
kon bestaan.
Uiteindelijk
besloot de burgemeester toch maar om het paar te trouwen.
Jarenlang
woonden ze toen in een kamertje van de Fam. Pluis aan de Boenderstraat ( Esweg)
In 1920 bestond
de schaapskudde van Zuidlaren uit 30 schapen.
Jan Scheper
kreeg hiervoor 5 cent per schaap per week.
Tegen de middag
bracht Hinderkien een pannetje met eten voor Jan en haarzelf , met een
tweewielig wagentje naar de Brink.
Dan zaten ze
beide met de rug tegen een boom te eten.
Jarenlang was
dit het beeld van de gelukkige getrouwde Scheper van Zuidlaren.
Na Jan Scheper
zijn er nog een drietal schepers geweest dat waren : Arend Kremer of te
wel : Aornd Wieps.
Daarna Jan Smit
, die eigenlijk schoenmaker was en daarom Jan Schou werd genoemd.
De laatste
scheper voor de 2e wereldoorlog was Egbert Bruins.
Na de oorlog is
er nog eens een schaapskudde op de Brink geweest , maar dat was van korte
duur.
Door de
stijgende economie ontstond er een nieuwe kudde op de Brink : de auto.
De
Wasschupsneuger
Het is al heel lang geleden dat
in Drenthe de wasschupsneuger met versierde wandelstok van dorp tot dorp
trok om de hem door het toekomstige bruidspaar genoemde boerenfamilies uit
te nodigen op de bruiloft.
De huisvrouw liet dan na de
uitnodiging op rijm , in het glaasje jenever , dat hem werd ingeschonken ,
een geldstuk glijden; dit was een fooi als het uitgedronken was.
De diverse uitnodigingen leken
erg veel op elkaar
Hier volgt een dergelijk rijmsel:
Geachte vriendenkring,
ontvang mijn groet tezaam,
en hoort naar mijne komst,
die `k u zal doen verstaan.
Ik kom niet uit mij zelf,
maar ben tot u gezonden
door een jong edel paar,
reeds hand aan hand
handverbonden.
Het is mijn waarde broer,
die dit geluk mag delen,
met Lammechien Veenhof
Zo `k weet de toekomst hen zal
strelen.
Die beiden hebben zich
al tot den trouw verbonden.
Daarom ben ik tot u
op dezen dag gezonden.
Op dinsdag van a.s. week,
de 6e maart voorwaar,
dan zal het zijn de tijd,
dat gij moet komen daar,
ten huize van de bruid.
Daar kunt gij alles krijgen,
de overvloed is groot,
ik zal er maar van zwijgen:
ja ook de beste drank,
die wordt er ook gedronken,
jenever , brandewijn,
die wordt er ingeschonken.
Dus heb ik dan mijn komst,
in `t kort u doen verhalen.
Het zal niet nodig zijn, mij
nader te bepalen.
Waarom ik dan voor `t laatst
nog eens aan u verzoek,
dat gij door uwe komst,
aan onze wil voldoet.
Doch eer ik u verlaat
en ga weer mijne wegen,
een klokje is niet kwaad,
daar ben ik toe genegen.
Zo ging dat de gehele dag door
met huisbezoek en overal werd een borrel gedronken en uiteraard de fooi.
Het zal duidelijk zijn dat de
uitnodiging op rijm , in de loop van de dag , er niet duidelijker op werd.